Verzekeraar moet betalen

Groot succes bij het Gerechtshof Den Haag op 1 September 2020 in een verzekeringszaak. De klant had in een ruzie zijn buurvrouw een duw gegeven. De buurvrouw viel en liep onverwacht zeer ernstig blijvend letsel op. Mijn klant werd strafrechtelijk veroordeeld en moest schadevergoeding van ongeveer € 100.000 betalen. Dat geld had mijn klant natuurlijk niet. De aansprakelijkheidsverzekering van mijn klant weigerde dekking, omdat het letsel kwam door, vereenvoudigd gezegd, een opzettelijke verkeerde handeling. Volgens de letterlijke tekst van vernieuwde polisvoorwaarden had de verzekeraar gelijk. Op achterstand begonnen wij deze procedure, met het argument dat deze weigering maatschappelijk ongewenst is en niet strookt met de bedoeling van een aansprakelijkheidsverzekering. Voor mijn klant was de dekkingsweigering en veroordeling om € 100.000 te betalen een ramp, maar ook het slachtoffer zou dan geen cent krijgen. Lopende de procedure gaf de Hoge Raad een principearrest over de uitleg van de nieuwe opzetclausule, die strookte met onze visie. Wij wonnen toen bij de rechtbank en nu ook in hoger beroep. Het slachtoffer kreeg haar schadevergoeding en mijn klant was uit de financiële problemen. De verzekeraars hebben de opzetclausule begin 2020 aangepast in lijn met de rechterlijke uitspraken. Het is heerlijk om vanuit achterstand deze lastige zaak toch te winnen. Voor vragen hierover neem contact op met Bob van Treijen. Om het arrest te lezen druk op de weblink ECLI:NL:GHDHA:2020:1553.